Smart-advertising.nl
Spoorakkerweg 2b
5071 NC Udenhout
T 013 - 511.71.20
F 013 - 511.35.47

Kunstoffen en kleur

Kleur is van essentieel belang voor communicatie op Point of Sale materialen. Het inkleuren van kunststoffen is daarom voor ons een belangrijke zorg. Het maakt uw ontwerp immers uniek en opvallend.

Kleur is een onderdeel van het totale uiterlijk van een voorwerp dat we waarnemen. Naast de kleur, bepalen factoren als structuur, glans of matheid  of de weerkaatsing van het licht onze waarneming.

Kleurwaarneming is feitelijk niets anders dan het waarnemen van licht (lees: straling). Licht met korte golflengte -uitgedrukt in namometers- lijkt blauw. Naarmate de golflengtes toenemen verandert het zichtspectrum van groen, geel, oranje tot rood. Feitelijke van ultraviolet (<400 nanometer) tot infrarood (>700 nanometer). Straling onder de 400 nm. kan de kleurstelling van Point of Sale materiaal beschadigen. Straling boven de 700 nm zal ervaren worden als warmtebron.

Ieder 'basismateriaal' van kunststof tot papier of karton, heeft zijn eigen kleurentolerantie. Dit betekent dat dezelfde kleur bij het gebruik van verschillende materialen door visuele observatie zal afwijken. Dit kan zelfs gelden voor kunststof en papiersoorten onderling; de structuur en lichtabsorbtie van het 'basismateriaal' (zoals pvc of polystyreen) is hiervan de oorzaak. Middels nauwkeurige meetapparatuur is het verschil in kleur en tint (verschillen tussen rood, geel, groen en blauw) numeriek vast te stellen.

Als tip raden we aan om bij de vergelijking van kleuren altijd een gelijke lichtbron te kiezen waarbij de stalen minstens een rechte kant dienen te hebben. Voor een visuele waarneming is het het beste de stalen in een hoek van 45 graden tegen het invallend licht in te houden. Voor een goede vergelijking moeten de stalen eenzelfde oppervlakte afwerking hebben.

Een namometer als waardeeenheid bij kleurstelling is een goflengte van het licht.


Download hier het onderzoek milieu/plastic koffiebekertjes

Kunststoffen wat zijn dat?

Kunststofffen  zijn kunstmatige aangemaakte stoffen die zijn opgebouwd uit macromoleculen.  De structuur en het moleculaire gewicht van deze moleculen zijn bepalend voor de fysische en mechanische eigenschappen.

Kunstoffen bestaan uit elementen als koolstof (C), waterstof (H), zuurstof (O), stikstof (N) en zwavel (S) en zijn daarom opgebouwd uit organische materialen. Kunstoffen zijn opgebouwd uit ‘reuzenmoleculen’ (markros) en zijn ontstaan door de wijziging van natuurproducten zoals cellofaan, kunstzijde of door de synthese van grondstoffen uit  aardolie. Door allerhande technieken kunnen op basis van chemische wijzen nieuwe stoffen uit deze grondstoffen worden opgebouwd.

Van grondstof tot eindproduct  door de bewerking van een basis kunststof uit een reactor,  tot nabehandeling met eigenschapverbeterende additieven. Zo ontstaat er een verkoopbaar halffabrikaat of eindproduct.  Met behulp van additieven wordt het materiaal beschermd tegen de invloeden van warmte, licht (UV) of zuurstof, want dit kan de macromoleculen immers afbreken.  

Er zijn drie soorten kunststof te weten:

  • Thermoplasten (smelten bij opwarming)
  • Thermoharders (ontbinden bij opwarming)
  • Elastomeren

Een aantal voordelen die het gebruik van kunststoffen met zich meebrengt zijn:

  • Het is licht in gewicht
  • Duurzaam
  • Makkelijk in te kleuren
  • In transparante uitwerkingen beschikbaar
  • Bestand tegen chemische materialen
  • Lager energieverbruik tijdens de productie/samenstelling ervan.

Productie
De belangrijkste grondstof voor de productie van onze kunststoffen is aardolie. In een raffinadertij wordt aardolie in meerdere bestanddelen gesplitst. In de ‘destillatie-toren’ worden door verwarming bij verschillende kooktemperaturen nafta, kerosine, dieselolie en bitumen gescheiden.  De belangrijkse ‘fractie’ (bestanddeel) voor het maken van kunststoffen is ‘nafta’ (ruwe benzine); die wordt gekraakt (splijtproces) tot etheen, propeen en o.a. butyleen. Uit etheen worden bij lagere reactietemperaturen weer styreen of vinyl chloride gewonnen.

Slechts 4 tot 5% van alle aardolieproducten worden verwerkt tot kunststof! Ca. 30% wordt gebruikt voor transport, 35% voor verwaring en ruim 20% voor electriciteit 

Hoe komen kunststoffen aan hun naam?
Kunststoffen worden vernoemd naar de enkelvoudige chemishce verbinding waaruit de zijn opgebouwd. Dit heet een monomeer. Wij verwerken polymeren; dit zijn moleculen van dezelfde of gelijkwaardige delen die aan elkaar zijn verbonden. Kunststoffen die zijn opgebouwd uit verschillende soorten monomeren noemen we co-polymeren, zoals ABS staat voor de afkorting: Acrylonitrile Butadieen Styreen.

Macromoleculen kunnen we indelen naar oorsprong en synthese (samenstelling) in:

  1. Natuurlijke stoffen: cellulose (hout, stro), hars, ruber of hoorn (harde eiwit stof)
  2. Gewijzigde natuurlijke stoffen: gevulkaniseerde rubbers en vezels, celluloid (voor o.a. ping pong ballen) of kunsthoorn (denk aan:knopen, gespen)
  3. Synthetische stoffen: op basis van functie en eigenschappen zijn deze kunststoffen weer onder te verdelen in drie hoofdgroepen:

        • Thermoplasten: deze kunststoffen –zoals polystyreen, pvc, teflon of polyethyleen-  worden door verwarming vervormbaar. Na afkoeling wordt de vorm gefixeerd. Ze ondergaan geen chemische verandering. Dit proces kan steeds worden herhaald. Voorbeeld: koffiebekertjes, ijsbakjes of doorzichtige melkpakken (2ltr)
        • Thermoharders: Tijdens het productie proces wordt de vorm aan het materiaal gegeven. Het materiaal is hard, driedemensionaal en sterk ‘vernet’. Na productie kan het product niet meer opnieuw vervormd worden. Kunstoffen als: melamine, fenol of bakkeliet. Voorbeeld: behuizing van een stekkerdoos of stopcontact.
        • Elastomeren: Vervorming van deze kunststof na productie is wel mogelijk, maar de toepassing neemt zijn oorspronkelijke vorm aan na verwijdering van drukbelasting. Voorbeelden: lijmen, isolatiematerialen, coatings of wet suits.

Kunststoffen zijn niet altijd op kleur, uiterlijke kenmerken of op tast van elkaar te onderscheiden. Met gebruik van speciale apparatuur is dit echter wel mogelijk. Hierdoor kan het smeltpunt of de ontledingstemperatuur worden vastgesteld. Op grond hiervan is met zekerheid te bepalen met welke kunststof men van doen heeft.

Geschiedenis en toepassingen
Kunststoffen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven!  Vanaf midden 1800 en het begin van de vorige eeuw, komen kunststoffen met de bloei van de natuurwetenschappen tot ontwikkeling. Ruim een eeuw later, is ons leven zonder kunststoffen niet meer voor te stellen; zonder plastic zou er geen auto meer kunnen rijden. Van huisraad tot speelgoed of kantoorartikelen, uw reclame of point of sale materialen, overal treffen we kunststoffen aan.

Er bestaan een twintigtal ‘hoofdsoorten’ kunststoffen met wel 5.000 handelsnamen van honderden fabrikanten allemaal toegespitst op een speciale toepassing of ontwikkeld voor een bepaald segment in de (machine)bouwsector, intereurindustrie, automotive sector, verpakkings en voedingsmiddekenindustrie of voor het ‘reclame-vak’.

Historisch overzicht ‘in grote stappen”

  • 1830: Reichenbach destilleert petroleum
  • 1839: Goodyear vulkaniseert natuurlijk rubber
  • 1869: Hyatt ontdekt celluloid
  • 1909: Beakeland patenteert de productie van fenolformadehyde hars of te wel bakeliet
  • 1919: Eerste patetent op spuitgieten van cellulose-acetaat
  • 1922: Staudinger lanceert het begrip ‘macromecule’
  • 1930: BASF start de productie van polystyreen
  • 1938: massaproductie van PVC ontdekt in 1912 door Fritz Klatte
  • 1941: Productie van teflon door Du Pont
  • 1943: Productie van HDPE door BASF
  • 1946: Productie van epoxyhars
  • 1956: Productie van polycarbonaat
  • 1957: Productie van polypropyleen
  • 1982: Productie van high tech kunstoffen door ICI, GE
  • >..heden: verdere ontwikkeling van nieuwe en verbeterde kunststoffen
  • 2007: oprichting van Smart Advertising